OVERZICHT MATERIAAL

De brandweer houdt zich niet alleen bezig met het bestrijden van branden. Ze voeren tal van andere taken uit, om dit alles naar behoren te kunnen uitvoeren beschikt de brandweer over verschillende voertuigen. Deze voertuigen zijn ingericht om specifieke opdrachten te kunnen uitvoeren.

Hierbij komt uiteraard heel veel kennis en materiaal kijken. Om al het materiaal in de kijker te brengen is waarschijnlijk een aparte website nodig.
Maar we gaan wel een beknopt overzicht geven van wat er bij de brandweer het meest gebruikt wordt.

Blusmiddelen

Vooraleer we kunnen bepalen welke blusmiddelen we kunnen toepassen, moeten we eerst weten hoe een brand ontstaat.
Voor elk type brand is er een specifiek blusmiddel. Zo beschikt de brandweer over:

  • Water
  • Schuimvormende producten
  • Poederblussers
  • Koolzuurgasblussers (CO²)
  • Zand

Het vuur staat de mens al eeuwenlang ten dienste. Waarmee zouden we ons verwarmen, ons voedsel koken, vele productieprocessen laten verlopen.
Maar soms loopt het zwaar uit de hand… dan wordt het een brand.
Voor er vuur kan ontstaan zijn er drie elementen noodzakelijk :

  • Brandstof : hout, papier, karton, ontvlambare vloeistoffen, gas, e.a.
  • Zuurstof lucht
  • Warmte : vlammen, vonken.

Het best kunnen wij ons dit voorstellen door wat men de vuurdriehoek noemt:

Zolang deze drie elementen samen en in de juiste vermenghouding zijn, gaat de verbranding door.
Doorbreekt men één van de zijden van de driehoek, dan wordt het vuur gedoofd:

  • Dit gebeurt door het wegnemen van de brandstof: als we de kraan van het gasfornuis sluiten, dan dooft de brander.
  • Het wegnemen van de zuurstof: als we over een brandende kaars een glazen stolp plaatsen, dan dooft de kaars bij gebrek aan zuurstof.
  • Het wegnemen van de warmte: dit kunnen we doen door afkoeling, bijvoorbeeld met water.

Een brand vermijden is dus het uit elkaar houden van deze drie elementen.
De beschikbare blusstoffen werken allen volgens de hiervoor besproken blusprincipes:

  • Water en stoom: afkoelend en verstikkend
  • Schuimvormende producten: afdekkend en afkoelend
  • Poeder : negatief katalytische werking en enigszins verstikkend
  • Koolzuurgas (Co2) : verstikkend
  • Zand: afdekken

Bluswatervoorziening

De belangrijkste en meest gebruikte blusstof bij de brandweer is water. Bij het blussen is het niet mogelijk een onbeperkte hoeveelheid water met een voertuig mee te nemen. Om een blussing zo perfect mogelijk uit te voeren is een constante ononderbroken watervoorziening dus van het grootste belang. Er staan de brandweer hier een aantal mogelijkheden ter beschikking, namelijk:

Ondergrondse en bovengrondse hydranten:

Met behulp van hydranten onttrekken wij water aan het waterleidingsnet. Wij hebben met dit systeem op een eenvoudige en snelle wijze water bij de hand. De ligging van hydranten wordt aangeduid met bordjes en zijn daarnaast gewoonlijk aangegeven in kaart.

Ondergrondse hydrant:

De ondergrondse hydrant is een aansluitmogelijkheid op het waterleidingssysteem dat net onder het straatniveau ligt. Door middel van een standpijp en een speciale sleutel kunnen de persslangen aangesloten worden.

Bovengrondse hydrant:

De bovengrondse hydrant is in feite niets anders dan een ondergrondse hydrant waar een holle kolom op geplaatst is die boven het straatniveau uitsteekt.

Open water:

Het gaat hier bijvoorbeeld over rivieren, plassen en kanalen. Het water wordt met behulp van een pomp, die dicht bij het water opgesteld moet worden, opgepompt en naar de brand getransporteerd.

Aanzuigkorf:

Bij verontreinigd water kan het gebeuren dat de toevoer van water gestopt wordt door de aanwezigheid van drijvend of zwevend vuil zoals plastiek en dergelijke. Door gebruik te maken van een aanzuigkorf kan dit worden voorkomen.

Aanzuigslangen:

De zuigslang bestaat uit een buis van rubber of kunststof. De rubberbuizen zijn versterkt door kanvaslagen, een weefsel van natuurvezels of van kunststofweefsel. Omdat de druk in de zuigslang lager kan worden dan die van de omgeving, is het noodzakelijk de rubberslangen te verstevigen met een ingewerkte spiraal van staaldraad. Anders zou de slang dichtgezogen worden.

Watertank van het voertuig:

De hoeveelheid bluswater bestemd voor de eerste aanval en aangevoerd in de watertank van de autopomp of de tankwagens is eerder beperkt. Wanneer de beschikbare hoeveelheid water in de watertanks onvoldoende is, zal men gebruik maken van ondergrondse of bovengrondse hydranten of open water. Na gebruik moet de watertank onmiddellijk terug gevuld worden: er wordt liefst gevuld via een hydrant, dit om mogelijke vervuiling tegen te gaan.

Brandbestrijdingsmateriaal

Een beknopt overzicht van het meest gebruikte brandbestrijdingsmateriaal. Voor meer info en foto's klik op onderstaande materialen.

1.Slangen:

De hogedruk- persslangen : Deze hebben een binnendiameter van 25 mm, een lengte van 40 m en een barstweerstand van 120 bar. Zij worden op haspels in de wagens meegevoerd.

De lagedruk-persslangen:Het zijn geweven persslangen met gladde, waterdichte binnenwand. Zij worden onderverdeeld volgens hun nominale inwendige diameter (45 - 70 - 110). De persslang 110 en 70 worden in hoofdzaak gebruikt voor watertransport. Voor de blussing zal doorgaans de voorkeur worden gegeven aan de hogedruk-persslang of de lagedruk-persslang 45.

2. Verdeelstuk - verloopstuk:

De verdeelstukken bieden ons de mogelijkheid om een slangenleiding met grote diameter te splitsen in twee of meerdere leidingen van kleinere diameter, waardoor de aanvalsmogelijkheden vergroot worden.Om tijdens bluswerken leidingen of andere onderdelen met verschillende diameter aan elkaar te koppelen, beschikken we over verloopstukken.

3. Lansen en reactieboog:

Naargelang de fabrikant en de toepassing bestaat er een grote variëteit aan lansen. Zo bestaan er ondermeer lansen met regelbaar debiet, regelbare sproeihoeken, persoonsbescherming,...

4. Waterkanon of monitor:

Wanneer door de hoge debieten en/of drukken de straalpijp voor de lansdrager niet meer hanteerbaar is, spreekt men van een waterkanon of een monitor. Waterkanonen worden ingezet op plaatsen waar grote hoeveelheden bluswater vereist zijn of waar het gevaarlijk is om mensen in te zetten.

5. Waterschild:

Het waterscherm gevormd door dit toestel kan gebruikt worden als afscherming tegen vlammen, rook, warmtestraling, toxische en explosieve gasen, stofontwikkeling,...

6. Emmerpomp:

Dit is een kleine handpomp die een beperkte hoeveelheid water bevat. Door het keteltje onder druk te brengen kan het bluswater zeer fijn verneveld worden op de brandhaard.

7. Schoorsteengereedschap:

Een schoorsteenbrand ontstaat door het in brand geraken van roetaanslag in een schoorsteenkanaal. Het blussen van een schoorsteenbrand geschiedt door het verwijderen van de brandbare stof, het roet. Hiervoor maken wij gebruik van een schoorsteenschraper met bol. Door het heen en weer bewegen van de schraper zal de roetaanslag loskomen waarna de bij het stookgat vrijkomende roet rustig kan verwijderd worden.

8. Blusdeken:

Blusdekens worden vervaardigd van zuivere wol of glaswol. De bluswerking berust op het principe afdekking.

9. Vuurzweep:

Bij grasbranden maakt men gebruik van vuurzwepen, dit zijn lange stokken waarop onderaan platte, ijzeren repen zijn bevestigd. Het vuur wordt eigenlijk uitgeslagen.

10. Overdrukventilator:

Dit is een ventilator met een schroef aangedreven door een explosie- of electromotor, die buiten het gebouw op een afstand voor een toegangsdeur wordt opgesteld. Op deze manier wordt in het gebouw een overdruk gecreëerd waardoor rookgassen naar buiten worden gedreven. Het voordeel is o.a. de gemakkelijke inzet van de ventilator en de positieve invloed op de zichtbaarheid en het werkklimaat voor de ingezette manschappen binnen het gebouw.

11. Lijnmenger:

De lijnmenger is een regelbare injector welke aangewend wordt om een welbepaalde hoeveelheid schuimvormend middel aan het water toe te voegen.

12. Schuimlansen:

Het principe van de schuimstraalpijp voor zwaar- of middelschuim is nagenoeg gelijk. De schuimstraalpijp bestaat uit een metaalplaat vervaardigde cilindervormige buis, voorzien van luchtopeningen. Aan de binnenzijde is een mengconus aangebracht die eerst verwijd en daarna vernauwd naar het mondstuk loopt. Hier wordt het mengsel van water en schuimvormend produkt verschoven en er wordt door de luchtopeningen lucht aangezogen welke aan het mengsel wordt toegevoegd. Zo wordt luchtschuim gevormd.

13. Schuimgenerator Turbex met waterturbine:

Het lichtschuim wordt gevormd in een generator, waarin het schuimvormend middel door een injector wordt aangezogen. Een aantal sproeiers spuit het mengsel van water en schuimvormend middel tegen een zeef van nylon. De benodigde lucht wordt door een grote ventilator ingeblazen. Dit toestel wordt aangedreven door een waterturbine zodat het geheel vonkvrij kan werken.

Communicatie

Inleiding:

In deze moderne tijd kan men communicatie niet wegdenken, ook bij de brandweer is communicatie zeer belangrijk. Beeldt u zich maar eens in wanneer men bij brand of ongeval iedere brandweerman telefonisch zou verwittigen hoeveel kostbare tijd zou er niet verloren zou gaan.

Dat de technologie snel verloopt hoeven we niemand te vertellen. Ongeveer een jaar geleden hebben we de analoge communicatie definitief vaarwel gezegd en is ons korps overgeschakeld op ASTRID technologie.
In een eerste fase gebeurde de paging digitaal en de communicatie nog analoog. Geleidelijk aan werden alle voertuigen voorzien van de nodige ASTRID radio's. Ook de onder- en officieren kregen een draagbare radio zodat de communicatie vanop gelijk welke locatie kan gevolgd worden.

ASTRIDPAGERS "Swissfone DE920" :

Sinds december 2006 zijn Motorola BMD pagers definitief uit dienst genomen. We zijn dan defintief overgeschakeld naar paging via ASTRID.

Het aansturen van de pagers kan gebeuren op verschillende manieren:

* Via een SMS bericht dat vanuit elk gewoon GSM toestel kan verstuurd worden.
* Of via een TETRA radio waarmee een data berichtje (SDS *)naar de pagers wordt gestuurd.
xxOp het display verschijnt dan de aard en plaats van interventie.
* Ook via de ASTRID terminal (medio 2008) zullen de pagers gestuurd kunnen worden.

Indien de pagers goed zijn opgeladen dan gaat deze niet minder dan 1000 uur mee zonder te hoeven bijladen. Voordeel van deze pagers is, dat de ontvangst veel ruimer is dan die van de vroegere pagers. Ook de dekking binnen in gebouwen is veel beter. Ze zijn tevens uitgerust met een trilalarm.

(* Short Data Service)

Vaste post "Nokia TMR880" :

In de kazerne heeft de analoge radio en coderingsbord v/d vijftoon pagers plaats moeten maken voor een hoogtechnologische ASTRID radio.
Deze basiskit is eigenlijk een mobile radio die gëintegreerd is met voeding, externe luidspreker en antenne.

Ook enkele voertuigen zijn uitgerust met dit type van radio.

Draagbare post "Nokia & EADS THR880i" :

Elke onder- en officier is in het bezit van een draagbare ASTRID post.

Ook alle voertuigen zijn voorzien van een draagbare post. Voor deze laatste optie is bewust gekozen om de pompbedienden steeds (met een oortje) contact te laten houden met de mensen op het terrein.

Megafoon:

Ook dit toestel valt onder de noemer communicatie, het wordt gebruikt om richtlijnen te geven bij oefeningen, om personen te verwittigen in geval van evacuatie e.a.


Klein materiaal

Inleiding:

Bij de brandweer is nog allerlei 'kleiner' materiaal in gebruik. Het wordt misschien niet bij elke interventie gebruikt, maar is daarom niet minder belangrijk. Hieronder alvast een kleine opsomming:

Stroomgroep:

Elke interventiewagen (met uitzondering van de kleine dienstwagen) is uitgerust met een stroomgroep. Deze wordt gebruikt voor het verlichten van de plaats van interventie, tevens ook om elektrisch gereedschap aan te drijven.

Lichtmast:

Meerdere wagens van ons korps zijn uitgerust met een pneumatische lichtmast, de mast wordt uitgeschoven door middel van luchtdruk. De masten zijn uitgerust met zware halogeen-lampen om de plaats van interventie te kunnen verlichten. De spanning voor deze lampen wordt geleverd door een stroomgroep zoals hierboven afgebeeld.

Verlichting:

Bij de brandweer zijn er tal van draagbare lampen in gebruik. Het gamma gaat van gewone zaklampen tot explosie vrije lampen en de zwaardere "Teklite" wat een draagbare halogeen-lamp is.

Motor-slijpschijf:

De motor-slijpschijf werd vroeger veel gebruikt bij het bevrijden van slachtoffers bij ongevallen doch door de opkomst van spreider en schaar wordt dit toestel hiervoor niet meer gebruikt. Het wordt bijvoorbeeld nog wel gebruikt om bij instortigen metalen draagbalken door te slijpen of om een omgeknapte verlichtingspaal door te slijpen.

Kettingzaag - boomzaag - bijl:

Na ongeval- of stormschade komt het voor dat er bomen of takken moeten verwijderd worden. Voor het zwaardere werk wordt de kettingzaag gebruikt, voor het overige de boomzaag of de bijl.

Dompelpomp en kelderpomp:

Wanneer moeder natuur de hemelpoorten opentrekt of er een buis van de waterleiding breekt, gebeurt het soms dat uw kelder, garage of woning geteisterd wordt door water-overlast. Voor de kleinere hoeveelheden wordt de dompelpomp gebruikt, de motor-pomp voor de zwaardere gevallen en in extreme gevallen de pomp van de wagen zelf in combinatie met zuigslangen en korf (zie bluswatervoorziening)

Persoonlijke bescherming

Inleiding:

De tijd van kurken helmen, lederen jassen en broeken is al lang voorbij. Zoals alles is de brandweer mee geëvolueerd wat kledij en bescherming betreft. De kledij moet niet alleen hittebestendig, brandwerend en vochtregulerend zijn maar moet ook nog een zekere vorm van comfort en beweeglijkheid bieden om interventies uit te voeren. Een voorbeeld: vroeger zag men bij nacht een brandweerman of ambulancier met moeite staan (zwarte jas, broek en zelfs zwarte helm). Met de hedendaagse kledij, die voorzien is zowel voor- als achteraan met reflecterende strips, is het werken een stuk veiliger geworden en zelfs de helmen zijn nu fluoresceerend uitgevoerd. Ook de stoffen zijn aangepast door de komst van Nomex (een product ontworpen voor de Formule I) en tal van andere stoffen. Door meer-lagen technieken kan een vest of broek van de interventiekledij al gauw bestaan uit 4 tot 7 lagen, naar gelang de vereiste bescherming.

Interventiekledij:

Op deze afbeelding ziet u de standaard interventiekledij waarover iedere brandweerman beschikt.Deze bestaat uit:

* Helm met nekflap van het merk Rozenbauer of Draeger
* Interventiejas uit Nomex met fluo-striping voorzien van borstzak voor draagbare post en verstevigde xxschouder en rugstukken voor persluchttoestel
* Interventiebroek eveneens uit Nomex met fluo-striping
* Rubberen laarzen voorzien van stalen tip
* Reddingsgordel met oog voor lijnrem
* Handschoenen voor brandinterventie, alsook gewone rubberhandschoenen
* Tevens beschikt iedere brandweerman over een Nomex-kap die onder de helm kan gedragen worden

Interventiekledij met adembescherming:

Bovenop de standaard interventiekledij wordt een persluchttoestel gedragen. Dit toestel laat toe een ruimte binnen te dringen die gevuld is met rook of toxisch gas om blussingswerken of reddingen uit te voeren. Persluchtinterventie's gebeuren steeds met twee personen. Iedere brandweerman of -vrouw moet na het behalen van de cursus "brandweerman" de cursus "adembescherming" volgen. Het toestel hier afgebeeld is uit- gerust met een kunststoffles wat het gewicht van het persluchttoestel gevoelig laat dalen. Naar gelang de soort interventie en de training van de brandweerman kan met een toestel tussen de 30 à 40 minuten gewerkt worden. Het lopen met adembescherming is fysisch zwaar en vraagt intensieve training. De druk in de fles bedraagt 300 bar, waarna de druk via de long-automaat gereduceerd wordt tot normale inademdruk met een minieme overdruk. Dit laatste wil zeggen dat er binnen het masker een constante overdruk heerst waardoor ingeval van lek of slecht afdichten aan het gelaat nooit vreemde gassen kunnen binnendringen.

Refinder - Reddingstouw - Gordel

Bovenaan in beeld samen met de reddingsgordel tonen we de refinder. Dit toestel wordt gebruikt bij het perslucht lopen en is een haspel waarin een stalen kabel zit die automatisch afrolt. Het laat toe, ingeval van nood, de persluchtdragers snel te localiseren door gewoon de kabel te volgen.De reddingstouw heeft ongeveer hetzelfde doel en laat toe dat men kan ontsnappen of zelfs afdalen in geval van nood.Ook de lus heeft als doel zichzelf te beveiligen, bijvoorbeeld bij werkzaamheden in een boom om zichzelf vast te maken aan de boom.

Gaspak:

Het gaspak wordt gebruikt voor interventies met giftige stoffen of gassen die via de huid kunnen binnendringen en zo besmetting kunnen veroorzaken. Onder het pak wordt persluchtapparatuur gedragen waardoor de uitgeademde lucht in het pak terecht komt. Dit blaast het pak op waardoor het in een kleine 'overdruk' komt te staan. Deze overdruk zorgt ervoor dat bij een lek in het pak de vreemde stof of gas niet kan binnendringen. De overtollige druk van het pak ontsnapt via klepjes naar buiten. Het werken met een gaspak is zeer zwaar en vergt een speciale opleiding en vergt tevens een zware fysieke inspanning van de drager. Het aantrekken van het pak is al zeer omslachtig en gebeurt buiten de besmette zone. Na de interventie, en na mogelijk contact met een besmette stof, moet de drager eerst gedecontamineerd (ontsmet) worden in een speciale douche waarbij het verontreinigd spoelwater opgevangen moet worden. Dit pak wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het dichten van een chemisch lek in een gekantelde tankwagen.

Technische hulpverlening

Inleiding:

Hier bespreken we het gedeelte technische hulpverlening. Dit hoofdstuk gaat over de gereedschappen en hulpstukken die men gebruikt bij het bevrijden van slachtoffers na een ongeval of instorting. Het omgaan en werken met deze toestellen vergt een nauwgezette opleiding en veelvuldig oefenen. Bij het bevrijden van een slachtoffer(s) uit een voertuig moet iedere brandweerman zijn taak kennen en blindelings kunnen vertrouwen op het ganse team.
Vroeger werd een slachtoffer zo snel mogelijk uit een voertuig gehaald en overgebracht naar het hospitaal. Er werd minder aandacht besteed aan de correcte stand van rug- of nekwervels. De hedendaagse reddingstechnieken bestaan erin eerst het slachtoffer te stabilliseren waardoor de overlevingskansen van een slachtoffer sterk toenemen. Daarna wordt het slachtoffer ontzet met de nadruk op de juiste stand van alle wervels. Ieder jaar wordt deze procedure uitvoerig gedemonstreerd op onze opendeurdag.

Spreider en schaar "Holmatro":

Op de afbeelding ziet u de spreider en schaar, deze toestellen worden telkens gebruikt wanneer er een slachtoffer gekneld zit in een voertuig. De spreider gebruikt men om portieren te openen of om een stuurkolom weg te trekken met behulp van kettingen. De schaar doet dienst om bijvoorbeeld het dak te verwijderen of om in het koetswerk "te knippen" om het daarna te kunnen plooien. De spreider en schaar worden aangedreven door een benzinemotor die op zijn beurt een hydraulische pomp aandrijft met een werkdruk van 750 bar.

Ondertussen is er een zwaardere versie van spreider en schaar aangekocht. Dit om de zwaardere constructie van auto's en vrachtwagens te kunnen bewerken.

Bijkomend reddingsmateriaal:

A. Draagbare aandrijfunit "Holmatro": Indien de aansluitslangen van de bovenvermelde unit te kort zijn of er meerdere slachtoffers gekneld zitten, kan dit toestel gebruikt worden om spreider of schaar aan te drijven. Voor de nieuwe snelle interventiewagen is bijkomend reddingsmateriaal aangekocht. Onderandere twee bijkomend motorunits, vijzels en rammen alsook sprieder en schaar.

B. Ram: Ook dit werktuig wordt hydraulisch aangedreven en gebruikt men om wagens 'open te persen'.

C. Pedaal-knipper: Dit wordt gebruikt om hetzij een koppellings-, gas of rempedaal door te knippen. De snijbekken zijn gemaakt van titanium om de hard-stalen pedalen te kunnen snijden.

Scharen ,spreider en handpomp:

A. en B. Spreiders: Hier ziet men een detail opname van de twee spreiders die in ons korps in gebruik zijn.
Alle spreiders en scharen zijn niet afgebeeld, ondertussen is er een zwaardere spreider en schaar aangekocht.

C. Schaar: Afbeelding van de schaar, hier merkt men goed de snijvlakken op die gemaakt zijn uit speciaal materiaal.

D. Handpomp: In geval de motorpomp het moest laten afweten of om meerdere slachtoffers te bevrijden kan gebruik gemaakt worden van deze handpomp.

Hefkussens:

Op de afbeelding hiernaast ziet u de diverse types van hefkussens. Deze worden gebruikt om voorwerpen op te tillen. Ze zijn vervaardigd uit speciaal rubber en worden door middel van perslucht opgeblazen. Deze kussens kunnen ook gebruikt worden voor het afdichten van lekken. Ze bestaan tevens in buisvormige uitvoering voor het afdichten van rioolen of buizen.

De hefkussens hebben een enorm tilvermogen! Ze kunnen zelfs met gemak een vrachtwagen optillen.

 


Ga naar: Hoofdpagina